html web creator

pedagogisch beleid

pedagogisch beleid

Het lijkt in eerste instantie een theoretisch verhaal,
maar dit beleid is steeds ons uitgangspunt voor
onze aanpak en werkwijze in veel situaties.

Dit wordt praktisch uitgewerkt in het pedagogisch werkplan.
Dit pedagogisch werkplan en bijvoorbeeld trainingen personeel,
vinden hun oorsprong in onderstaand beleid.

klik hier voor gedicht Loris Malaguzzi

Pedagogisch beleid

maart 2018

Kinderdagverblijf Picobello heeft een missie die zij wil uitdragen en een visie op wat zij willen zijn. 
Deze missie en visie vormen het uitgangspunt voor haar dagelijkse handelen. 
De missie van Kinderdagverblijf Picobello is het aanbieden van kwalitatief goede kinderopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar, waarbij de organisatie oog heeft voor de wensen van ouders en voor de maatschappelijke ontwikkelingen op lokaal en landelijk niveau. 
Kinderdagverblijf Picobello streeft ernaar een slagvaardige en dienstverlenende organisatie te zijn. In relatie met haar omgeving realiseert zij een vraaggericht, samenwerkingsgericht en toegankelijk aanbod van kinderopvang waarbij het welbevinden van kinderen voorop staat. 
Ouders worden actief betrokken bij het kwaliteits- en pedagogisch beleid van de organisatie. 


basis

Het pedagogisch beleid geeft richting aan het dagelijkse handelen van de groepsleiding. Maar vormt tevens de basis voor de inrichting van de omgeving waarin het kind verkeert. Ouders voeden hun kinderen op; dat is hun verantwoordelijkheid. Een deel van deze taak leggen zij echter neer bij anderen, bijvoorbeeld de kinderopvang. Voor de kinderopvangpartner moet daarom duidelijk zijn hoe met deze verantwoordelijkheid om te gaan. Het is dan ook van groot belang dat ouders en groepsleiding met elkaar in gesprek raken en blijven over de wijze waarop ieder kind wordt opgevoed, waar een kind zich goed bij voelt en op welke wijze het kind het beste tot zijn recht komt. Dit pedagogisch plan is dan ook geen onveranderlijk plan. Nieuwe thema's en gewijzigde inzichten zullen regelmatig tot aanpassing van dit plan nopen. Wanneer ouders belang hechten aan andere waarden en normen, gaan wij met hen daarover in gesprek. We zijn ons ervan bewust dat wij niet aan alle wensen van ouders tegemoet kunnen komen. Wel staan wij open voor andere ideeën.


In de kinderopvang wordt gewerkt met groepen kinderen. In een groep leren kinderen met volwassenen en andere kinderen om te gaan, rekening te houden met elkaar en voor zichzelf op te komen. Binnen een groep is ieder individueel kind uniek en belangrijk. Een belangrijke basis voor vertrouwen tussen ouders en groepsleiding is goede communicatie en samenwerking. De ouder verdient respect als ervaren opvoeder. De groepsleiding verdient respect voor haar, door studie en ervaring, opgebouwde deskundigheid. Over en weer vullen partijen elkaar aan, en leren van elkaar. Voor zowel ouders, kinderen als groepsleiding is de omgang met elkaar een dagelijks avontuur! 

Uitgangspunten 
In de Wet kinderopvang wordt onder andere aangegeven wat de overheid verstaat onder kwaliteit in de kinderopvang: "verantwoorde kinderopvang is kinderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving". Voor de pedagogische onderbouwing van de Wet kinderopvang en de bijbehorende toelichting, is gekozen voor de vier opvoedingsdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven. 


De opvoedingstheorie van Riksen-Walraven ligt ten grondslag aan de Wet kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang. 


Afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de Nederlandse kinderopvang en de voorwaarden waaraan goede kinderopvang moet voldoen. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn een weerslag van de meest moderne inzichten op dit gebied en doen tevens recht aan de Nederlandse situatie. Dit is voor kinderdagverblijf Picobello een belangrijke maatstaf om met deze theorieën te willen werken. 
Riksen-Walraven stelt dat het opvoedingsdoel "ervaren van emotionele veiligheid" wat haar betreft basaal is. Een kind dat zich niet veilig voelt in een omgeving, is niet in staat om indrukken en ervaringen op te nemen.
Zij formuleert in haar theorie vier opvoedingsdoelen: 


A• een gevoel van emotionele veiligheid bieden 


B• gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties bieden 


C• gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties bieden 


D• de kans om zich waarden en normen, de "cultuur" van een samenleving, eigen te maken; socialisatie.



Deze opvoedingsdoelen gelden voor alle kinderen geplaatst op kinderdagverblijf Picobello. 


Een gevoel van emotionele veiligheid bieden. 


Het bieden van een gevoel van veiligheid is de meest basale pedagogische doelstelling voor alle vormen van kinderopvang. Er zijn drie bronnen van veiligheid te onderscheiden: 
• Vaste en sensitieve verzorgers . De beschikbaarheid van sensitief reagerende opvoeders in de eerste levensjaren blijkt bevorderlijk voor de veerkracht van kinderen, ook op de langere termijn. 
• Aanwezigheid van bekende leeftijdsgenoten. In een vertrouwde groep kunnen kinderen gevoelens van verbondenheid en sociale verantwoordelijkheid ontwikkelen. 
• De inrichting van de omgeving. De inrichting van een ruimte kan een bijdrage leveren aan een gevoel van geborgenheid. Aandachtspunten zijn akoestiek, licht, kleur en indeling van de ruimte. 


Het gevoel van emotionele veiligheid:

 
1 - In de leidster-kind relatie werken wij aan de emotionele veiligheid van een kind. De aanwezigheid van vaste en vertrouwde groepsleiding is de basis om een goede relatie tussen kind en leiding te kunnen laten ontstaan. 
Bij de samenstelling van een team wordt o.a. gekeken naar de combinatie in leeftijd, ervaring, creativiteit en geslacht. Een voldoende gevarieerde teamsamenstelling biedt kinderen een breder scala aan mogelijkheden een relatie op te bouwen met de groepsleiding. 
De groepsleiding wordt begeleid en beoordeeld op:
- de wijze waarop zij het kind benaderd en aanspreekt;
- de dagelijkse omgang zoals plezier maken, grapjes uithalen, stoeien;
- de wijze waarop zij een kind troosten, bevestigen, verzorgen, aanmoedigen, uitleggen;
- de wijze waarop zij aansluiten op persoonlijke emoties en ervaringen van het kind; 
- de mate waarin responsief (antwoord op een uitwendige prikkel, een uitdaging) dan wel restrictief (beperkend, stoppend) op een kind wordt gereageerd de mate waarin zij respect voor de autonomie van een kind tonen. 


2 - Door de wijze waarop wij de binnen- en buitenruimte aanbieden en inzetten creëren wij emotionele veiligheid voor een kind. 
Ieder kind wordt opgevangen in een vaste stamgroep met eigen groepsruimte. Daarnaast zijn in het kindercentrum ruimtes waar diverse activiteiten plaatsvinden.
Tussen de verschillende ruimtes is een balans tussen rust en actie, stilte en geluid, alleen en samen, spannend en veilig. De eigen groepsruimte is een herkenbare en vertrouwde plek voor het kind. De groepsruimte is zodanig ingericht en ingedeeld dat kinderen van verschillende leeftijd op de leeftijd afgestemde activiteiten kunnen ontwikkelen. De inrichting is kindgericht door materiaal en kleurkeuze. 
De maximale omvang van de stamgroepen dagopvang is bij kinderdagverblijf Picobello.
één leidster per vier aanwezige kinderen tot 1 jaar 
één leidster per vijf aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar 
één leidster per zes aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar 
één leidster per acht aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar 

3 - In en met de groep dragen wij zorg voor de emotionele veiligheid van een kind. 
De groep heeft een vaste samenstelling hetgeen de veiligheid én de mogelijkheid om vertrouwd te raken met groepsgenoten. Kinderdagverblijf Picobello heeft gekozen voor 3 horizontale groepen. Een babygroep van 0 tot 1 1/2 jaar; dreumesgroep van 1 1/2 jaar tot 2 1/2 jaar; peutergroep van 2 1/2 tot 4 jaar. 
Op bepaalde vaste momenten op de dag biedt de stamgroep de mogelijkheid aan kinderen om ook buiten de eigen stamgroep ervaring op te doen. 
Een kind kan vanuit de vertrouwde groepsruimte de actieradius (reikwijdte, afstand die door het kind zelfstandig kan worden overbrugd) verbreden, een groter gebied onderzoeken en andere contacten opdoen. 


4 - Bij het organiseren en aanbieden van activiteiten kiezen wij voor een aanpak die de emotionele veiligheid van een kind waarborgt. De structuur van een opvangdag ligt vast. Vaste activiteiten op vaste momenten bieden het kind zekerheid en structuur. Ook vaste rituelen zijn hier onderdeel van zoals bij de maaltijd een liedje, het slapen gaan, een verjaardag vieren en een nieuwe groepsgenoot welkom heten. Daarnaast biedt het programma ruimte voor het kiezen van eigen activiteiten en/of wel/niet mee doen met de groep. De leidster biedt het kind steun bij activiteiten door 
actief optreden, passief bewaken, voelbare aanwezigheid uitdagen en stimuleren tot grensverkenning troostend, helpend, bevestigend sensitieve houding 
alertheid op restrictieve (beperkend, stoppend) houdingen 



5 - Wij gaan met het spelmateriaal om op een wijze die bijdraagt aan de emotionele veiligheid van een kind. In het kindercentrum is ruim voldoende spelmateriaal voor alle leeftijdsgroepen aanwezig. Het materiaal is voor een deel zodanig opgesteld dat kinderen de mogelijkheid hebben zelf te kiezen en ook zelfstandig te gebruiken. 
De groepsleiding stimuleert, helpt en adviseert het kind bij het kiezen van nieuw, spannend en/of uitdagend materiaal. De groepsleiding weet waarin het kind goed is, wat hij leuk vindt en wat zijn mogelijkheden en uitdagingen zijn. 


6 – Ieder kind heeft een eigen mentor. Het mentorschap valt onder de pijler: De ontwikkeling van het kind staat centraal. Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor werkt op de groep waar het kind is geplaatst. Zij volgt de ontwikkeling van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor ouders. De mentor bespreekt periodiek de ontwikkeling en het welbevinden van het kind.


Bij Picobello werkt het als volgt. Na de inschrijving van een kind wordt er een mentor toegewezen. De mentor die aan het kind wordt toegewezen werkt op de groep van het kind en is een vast gezicht. Wanneer de mentor is toegewezen, wordt er een afspraak gemaakt voor een intakegesprek. Tijdens dit gesprek verzamelt de mentor zoveel mogelijk relevante informatie over het kind om het goed te kunnen begeleiden. De mentor begeleidt het wennen, is het aanspreekpunt voor de ouders en bespreekt de ontwikkeling en het welbevinden van het kind één keer per jaar aan de hand van het observatieformulier Welbevinden.

Mentor

Ook speelt de mentor een rol bij het wennen. De mentor maakt een afspraak voor een intake. Tijdens dit gesprek verzamelt de mentor zoveel mogelijk relevante informatie over het kind om het goed te kunnen begeleiden. De mentor begeleidt het wennen en is het aanspreekpunt voor de ouders. Er worden wenafspraken gemaakt.

In de wenperiode komen de ouders samen met het kind na 9.30 uur, zodra alle andere kinderen al gebracht zijn. Er kan meerdere keren worden afgesproken om te wennen. Het zal van het kind en de ouders afhangen of dat nodig is.

Het doel van de wenperiode is:

• het vertrouwd raken van het kind met de nieuwe omgeving en het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen kind en vaste pedagogisch medewerkers;

• het vertrouwd raken van de ouders met de nieuwe situatie en het vertrouwen krijgen dat hun kind in goede handen is;

• het goed op elkaar afstemmen van voedingsschema's, slaapgewoontes en pedagogische aanpak thuis en op de opvang.


Intern wennen

De overgang van de babygroep (1,5 jaar) naar de dreumesgroep en van de dreumesgroep (2,5 jaar) naar de peutergroep is voor de kinderen en ouders een grote verandering en vindt zorgvuldig plaats. Voor de definitieve overgang hebben de kinderen vanuit de verschillende groepen al samengewerkt (zie opendeurenbeleid) tijdens ons dagprogramma. Zij kennen de kinderen, de pm-ers en de ruimte. De pedagogisch medewerkers overleggen samen wie de nieuwe mentor wordt van het kind. Zij maken samen afspraken voor het wennen met behulp van een wenformulier, waar tevens bijzonderheden van het kind op worden vermeld. We gaan twee weken wennen voordat het kind naar de ander groep gaat. De eerste keer blijven we samen een half uurtje en dat bouwen we geleidelijk op. De ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. Voor meer informatie over het wennen, zie het pedagogisch werkplan. 



Gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties bieden. 


Met het begrip persoonlijke competentie worden persoonskenmerken zoals bijvoorbeeld veerkracht, zelfstandigheid en zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit bedoeld. Dit stelt een kind in staat om allerlei typen problemen adequaat aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden. Bij jonge kinderen zijn exploratie en spel de belangrijkste middelen om greep te krijgen op hun omgeving. Exploratie en spel kunnen worden bevorderd door: 
• Inrichting van de ruimte en aanbod van materialen en activiteiten. De inrichting van de ruimte moet zodanig zijn dat een kind zich veilig voelt en met aan de leeftijd aangepast materiaal kan spelen. 
• Vaardigheden van leidsters in het uitlokken en begeleiden van spel. Leidsters scheppen condities voor spel door een aanbod van materialen en activiteiten dat aansluit bij het ontwikkelingsniveau en de interesse van een kind, zonder een kind het initiatief uit handen te geven. 
• Aanwezigheid van bekende leeftijdsgenoten. Goede relaties met leeftijdsgenoten bevorderen de kwaliteit van hun uitwisselingen en van hun spel. Het streven naar een zo groot mogelijke stabiliteit bij het samenstellen van groepen verdient prioriteit. 


1 - In de leidster-kind interactie bieden wij gelegenheid voor het ontwikkelen van de persoonlijke competenties van een kind. De leidster stimuleert een kind door grenzen te ontdekken en te verleggen van wat een kind kan, wil of durft. De leidster maakt het kind bewust van de eigen capaciteiten en kwaliteiten van een kind en speelt in op grapjes, humor en "gek doen". Ingaan op initiatieven van een kind, belonen, prijzen en complimenteren zijn positieve wijzen van bevestigen van het kind. 



2 - Door de wijze waarop wij de binnen- en buitenruimte aanbieden en inzetten dragen wij bij aan het ontwikkelen van de persoonlijke competenties van een kind. De groepsleiding maakt heldere en begrijpelijke afspraken en instructie over het gebruik van de ruimtes. De ruimtes zijn voor kinderen op herkenbare wijze ingedeeld met plaatsen voor rust en actie en mogelijkheden die aansluiten bij leeftijd en ontwikkelingsstadium van een kind. In de ruimtes wordt een evenwicht geboden tussen veiligheid en uitdaging. 


Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties bieden.

Het begrip "sociale competentie"omvat een scala aan sociale kennis en vaardigheden, zoals zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, andere helpen, conflicten voorkomen en oplossen, het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. De interactie met leeftijdsgenoten, het deel zijn van een groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leefomgeving voor het opdoen van sociale competenties. Het geeft aan kinderen kansen om zich te ontwikkelen tot evenwichtige personen die functioneren in de samenleving. 


1 - In de leidster-kind interactie bieden wij gelegenheid voor het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. De leidster stimuleert vriendschap, kameraadschap en samenwerking onder kinderen onderling. Zij gaat bewust om met conflicten tussen kinderen. Samen delen en samen ervaren binnen situaties waarmee kinderen gezamenlijke betekenisvolle ervaringen op kunnen doen. De rol van de leidster in de interactie tussen kinderen is afhankelijk van de situatie: sturend, ondersteunend, corrigerend, verzorgend, gangmaker of bruggenbouwer. 


2 - Door de wijze waarop wij de binnen- en buitenruimte aanbieden en inzetten dragen wij bij aan het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. Een vrije ruimte die uitdaagt en stimuleert tot rennen, klimmen, avontuur en ontdekken is veelal de buitenruimte. Daarnaast biedt het kindercentrum ruimtes met afwisseling in rustige plekken en actieplekken. Elementen als hoog-laag, zacht-hard, nat-droog en vertrouwd-uitdagend bieden het kind de mogelijkheid met de eigen omgeving te experimenteren en de eigen mogelijkheden te onderzoeken in relatie tot anderen. 


3 - In en met de groep dragen wij zorg voor het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. Een horizontale groep biedt kinderen de mogelijkheid te leren omgaan met de verschillen tussen groepsgenootjes. Door de kinderen de mogelijkheid te geven om hun stamgroep te verlaten bieden wij ze de mogelijkheid om ook contact te hebben met verschillende leeftijden. In de groep worden gebeurtenissen verwoord van betekenisvolle, emotionele gebeurtenissen in de groep, het gezin, de buurt, het land en de wereld. 

3 - In en met de groep dragen wij zorg voor het ontwikkelen van de persoonlijke competenties van een kind. De persoonlijke competentie van het kind kan in groepsverband onder de aandacht komen door activiteiten waarmee een kind zichzelf op onderscheidende wijze kan laten zien (foto's van thuis, muziek van thuis, persoonlijke voorwerpen van thuis en gesprekjes over de thuissituatie). De groep is een sociale leefgemeenschap waarin geoefend kan worden met eigen mogelijkheden, grenzen, aardigheid/onaardigheid, delen van plezier en gewenst en/of ongewenst gedrag. 



4 - Bij het organiseren en aanbieden van activiteiten kiezen wij voor een aanpak die de ontwikkeling van de persoonlijke competenties van een kind stimuleert. De groepsleiding laat ruimte aan het kind voor eigen initiatief en eigen ideeën met betrekking tot het aangaan en uitvoeren van een activiteit. Hierbij worden kansen geboden voor het ontdekken van eigen persoonlijkheidskenmerken zoals zelfvertrouwen, initiatief en interesse maar ook voor zelfoverwinning en zelfredzaamheid. 

5 - Wij gaan met het spelmateriaal om op een wijze die de ontwikkeling van de persoonlijke competenties van een kind stimuleert. Het spelmateriaal past bij leeftijd, ontwikkelingsfase, fysieke en geestelijke mogelijkheden van een kind. Het materiaal maakt emoties los van plezier, pret, verassing, verwondering, ongeduld of teleurstelling. De wijze waarop de groepsleiding het spelmateriaal aanbiedt, biedt kansen voor individuele leermomenten, zelfoverwinning, zelfstandigheid en zelfredzaamheid. 

Open deuren en groepsoverstijgend werken 
Er zijn momenten waarop de kinderen niet in hun eigen groep verblijven. Dit kan bijvoorbeeld gelden rond de openings- en sluitingstijden, spelen in de hal, tijdens groepsoverstijgende activiteiten en bij het buiten spelen. Buiten de vaste momenten in de stamgroep wordt er bij Picobello gewerkt met 'open deuren'. Hierdoor kunnen kinderen in sommige situaties ook spelen in een andere ruimte dan hun vaste groep. Zo kunnen er op één dag diverse activiteiten aangeboden worden, die geschikt zijn voor verschillende leeftijdsgroepen. We sluiten hierbij aan op de behoeften en de mogelijkheden van de kinderen. Door te werken met open deuren, kunnen bijvoorbeeld de kinderen groepsoverstijgende activiteiten doen samen met leeftijdsgenootjes uit een andere groep. Tegelijkertijd kunnen de jongere kinderen veilig in hun eigen ruimte verblijven en bewegen. Hierdoor is het mogelijk om activiteiten te doen, die goed aansluiten bij de ontwikkelingsfasen van ieder kind, we kunnen goed aansluiten bij de interesse van de kinderen en bieden hen de kans om buiten hun basisgroep hun speel- en leefomgeving uit te breiden. In het pedagogisch werkplan staat in de 'pedagogisch werkwijze' beschreven hoe er gewerkt wordt met open deuren. (klik hier voor pedagogisch werkplan)

4 - Bij het organiseren en aanbieden van activiteiten kiezen wij voor een aanpak die de ontwikkeling van de sociale competenties van een kind stimuleert. In de groep is een duidelijke en vaste verdeling tussen groepsmomenten en momenten die kinderen individueel invullen. Daarnaast worden activiteiten met de hele groep afgewisseld met activiteiten in kleine en wisselende groepen. De sociale inhoud van het spel wordt gestimuleerd door samen spelen, praten, luisteren, plezier hebben, delen, wachten op elkaar en rekening houden met elkaar. 

5 - Wij gaan met het spelmateriaal om op een wijze die de ontwikkeling van de sociale competenties van een kind stimuleert. Het spelaanbod sluit aan bij de wens om zowel individueel als gezamenlijk spel aan te bieden. Het spelmateriaal is uitdagend grensverleggend en ontwikkelingsgericht en houdt rekening met de diversiteit in leeftijd, sekse, sociale en culturele achtergrond. 


De kans om zich waarden en normen, de "cultuur" van een samenleving, eigen te maken; socialisatie. 


Kinderopvang biedt een bredere samenleving dan het gezin, waar kinderen in aanraking komen met andere aspecten van de cultuur en de diversiteit die onze samenleving kenmerkt. 
De groepssetting biedt daarom in aanvulling op de socialisatie in het gezin eigen mogelijkheden tot socialisatie en cultuuroverdracht.
Kinderdagverblijf Picobello beschikt over vijf pedagogische middelen om de vier voornoemde opvoedingsdoelen te realiseren.
1. de leidster-kind interactie 
2. de fysieke omgeving 
3. de groep 
4. het activiteitenaanbod 
5. het spelmateriaal



1 - In de leidster-kind interactie bieden wij gelegenheid voor het socialisatieproces van een kind. Basale waarden en normen sluiten aan bij de Nederlandse cultuur: elkaar met de naam aanspreken, op de beurt wachten, niet door elkaar heen praten. Daarnaast worden bij kinderdagverblijf Picobello specifieke omgangsregels gehanteerd ten aanzien van o.a. conflicten oplossen, de gezamenlijke maaltijd, grenzen stellen en bestraffen. In team- en groepsleidingoverleg worden persoonlijke waarden en normen besproken en getoetst aan de opvattingen van medegroepsleiding c.q. de opvattingen die kinderdagverblijf Picobello of de samenleving voorstaat. 


2 - De wijze waarop wij de binnen- en buitenruimte aanbieden en inzetten draagt bij aan het socialisatieproces van een kind. Er zijn heldere en eenduidige afspraken over wat kan en mag in alle ruimtes en de wijze waarop de kinderen en leidsters zich aan de afspraken horen te houden.


3 - In en met de groep dragen wij zorg voor het socialisatieproces van een kind. In de groep wordt met de kinderen gesproken over afspraken en omgangsvormen. Met elkaar afspreken van manieren om elkaar ook aan de afspraken te houden maar ook over respectvol met elkaar omgaan en je openstellen voor elkaar. Door middel van verwoorden van wat er gebeurt tijdens sociale interacties zoals samen iets leuks, spannends, akeligs, verdrietigs of ontroerends beleven.

4 - Bij het organiseren en aanbieden van activiteiten kiezen wij voor een aanpak die een bijdrage levert aan het socialisatieproces van een kind. Door middel van afspraken die stimuleren dat iedereen tijdens activiteiten rekening houdt met elkaar, samen deelt en elkaar helpt kan solidariteit ontstaan. In de activiteitenplanning wordt aandacht besteed aan culturele en religieuze vieringen en rituelen. 


5 - Wij gaan met het spelmateriaal om op een wijze die het socialisatieproces van een kind stimuleert. Spelmateriaal biedt de mogelijkheid om rollen uit het alledaagse leven te oefenen: keukenattributen, bedjes, verkleedkleren, koffertjes en tassen ed. 


pedagogische werkwijze

Actualiteit pedagogisch beleidsplan 


Het pedagogische beleid is bij uitstek een onderwerp waarbij de betrokkenheid van ouders van essentieel belang is. Een pedagogisch beleid is iets dat voortdurend kan veranderen door gewijzigde (wetenschappelijke) inzichten, door de voortschrijdende tijd of door ervaringen. Dit beleidsplan zal dan ook met regelmaat, zowel in de teams als in de oudercommissie, opnieuw besproken en zo nodig bijgesteld worden. De oudercommissie heeft formeel een verzwaard adviesrecht ten aanzien van een voorgenomen besluit tot vaststellen of wijzigen van het pedagogisch beleid. 


Groepsgrootte 

Wanneer u ook andere dagverblijven heeft bezocht, is het u misschien opgevallen dat op Picobello leeftijden soms door elkaar lijken te lopen. Zeker tijdens het halen en brengen lijkt dit het geval. Toch verblijft gedurende de dag ieder kind in een eigen groep met z’n eigen vertrouwde leidsters. Wel gaan we ervan uit dat het mogelijk moet zijn om probleemloos broer of zus te kunnen opzoeken en te spelen met een kind van een andere leeftijd. Toch kent iedere leeftijdsgroep zijn beperkingen en mogelijkheden. Vandaar dat de volgende globale indeling naar leeftijd is gekozen:

Babygroep max 9 kinderen 2 leidsters

Dreumesgroep max 11 kinderen 2 leidsters

Peutergroep max 16 kinderen 2 leidsters

Daarbij kunnen hand- en spandiensten worden verricht door de groepsassistente, huishoudelijk medewerkster of stagiaire. 

Aangezien geen twee kinderen hetzelfde zijn, zal overgang naar een volgende groep altijd in overleg plaatsvinden en kan dus van deze grenzen worden afgeweken. 

Incidenteel afnemen van een extra dag

Picobello biedt ouders de mogelijkheid om incidenteel gebruik te maken van extra opvang voor hun kind. Hierbij hanteert Picobello het volgende beleid: De incidentele opvang dag vindt in principe plaats op de eigen stamgroep. Plaatsing van kinderen op een extra opvang dag is alleen mogelijk als de maximale stamgroepsgrootte en de pedagogisch medewerker kind-ratio op de groep gehandhaafd blijft. De incidentele extra opvang dag dient door de ouders altijd van tevoren te worden aangevraagd, door aanvraag via de app, telefonisch of per mail.


Vierogen-principe 

Na de Amsterdamse zedenzaak moeten kinderdagverblijven vanaf 1 juli 2013 voldoen aan de wettelijke verplichting van het vierogen-principe. Het vierogen-principe betekent dat er altijd iemand moet kunnen meekijken of meeluisteren. Kinderdagverblijven zijn verplicht om hier invulling aan te geven en de ouders te informeren over de wijze waarop dit gebeurt. De oudercommissie heeft hierin adviesrecht en de GGD controleert hier op.


Binnen Kinderdagverblijf Picobello voldoen we hieraan door het inzetten van de volgende maatregelen:

Het grootste gedeelte van de dag zijn er twee pedagogische medewerkers op de groep. Er zijn altijd meerdere volwassenen in het gebouw aanwezig.

Medewerkers lopen gedurende de dag regelmatig elkaars groepsruimtes binnen zonder te kloppen. Hun taken zijn zo met elkaar verweven dat ze elkaar even spreken om iets te overleggen of af te stemmen. Daardoor is er zicht op elkaars (pedagogisch) handelen. De flexibele inzet van een groepsassistente en stagiaires vergroot deze aanwezigheid. Aan het begin en einde van de dag, tijdens de breng- en haalmomenten zijn er naast de pedagogisch medewerkers ook (veel) ouders aanwezig. De leidinggevende komt regelmatig binnen in de groepsruimtes. Zij zorgt ervoor dat haar bezoek geen vast patroon aanneemt. Hiernaast worden uitstapjes altijd met minimaal 2 medewerkers georganiseerd.




In de slaapkamerdeuren van de babygroep zitten ramen en er wordt gebruik gemaakt van camera’s en babyfoons op zowel de baby- als de dreumes/peuterslaapkamer. Medewerkers lopen regelmatig in en uit de slaapkamers en er zijn doorzichtige afscheidingen tussen de groepsruimtes en gangen. Ook in de speelruimte aan de kant van de Oudegracht is cameratoezicht. Van binnenuit is het buitenspeelterrein overzichtelijk en houdt degenen die binnen zijn mede toezicht op het buitenspelen.


Naast praktische oplossingen om meekijken en meeluisteren mogelijk te maken vindt Kinderdagverblijf Picobello vooral ook ‘de gedachten achter’ het principe van belang. We moeten blijven werken aan een professioneel en open werkklimaat. Het is belangrijk om met elkaar te overleggen, elkaar te coachen en feedback te geven. Zo verval je minder snel in je eigen patroon. Regels kunnen helpen, maar het gedrag eromheen telt minstens zo zwaar. Eerlijkheid tussen medewerkers en ouders is belangrijk. Jaarlijks wordt er op kinderdagverblijf Picobello dan ook aandacht geschonken aan beroepshouding in de kinderopvang. In verschillende overlegvormen; zoals teamoverleg of functioneringsgesprekken komt dit ter sprake. Het gaat daarbij om ‘open’ samen te werken met collega’s. Spreek je collega’s aan op ongewenst gedrag. Meld het direct bij je collega of bij het management/directie wanneer je denkt dat er iets niet klopt. De gedragsregels zijn beschreven in de meldcode en “hoe gaan we met elkaar om”. 

Kindvolgsysteem 

Picobello biedt ieder kind de aandacht en zorg die het nodig heeft. Pedagogisch medewerkers kijken goed naar de kinderen, hierdoor kunnen ze hun aanpak afstemmen op de behoeftes en mogelijkheden van de kinderen afzonderlijk en als groep. Gedurende de tijd dat het kind bij ons is wordt de ontwikkeling goed gevolgd. We willen graag weten of het kind zich prettig voelt, of de ontwikkeling goed verloopt en onze medewerkers zijn alert op signalen die erop duiden, dat er zorgen zijn rondom een kind. Bij het brengen en halen is er gelegenheid om met ouders te praten over het kind. Naast deze korte momenten van overleg, vinden wij het belangrijk om af en toe uitgebreider de tijd te hebben om met ouders te praten over de ontwikkeling van het kind. Minimaal één keer per jaar vult de pedagogisch medewerker voor een kind het formulier 'Welbevinden' in en voert ,met toestemming van de ouders, een observatie uit. Aan de hand van dit ingevulde formulier en observatie voeren we 15 minuten gesprekken met ouders. Tijdens deze oudergesprekken wisselen we met ouders informatie uit over de ontwikkeling en het welzijn van kinderen. Deze informatie zetten we op de groep in om ons aanbod beter op de kinderen af te stemmen. 

Tijdens de overgang naar de basisschool en eventueel de BSO, wordt het overdrachtsformulier ingevuld door de pedagogisch medewerker en met de ouders besproken en overgedragen, ouders bepalen zelf of zij het desbetreffende overdrachtsformulier delen met de basisschool en eventueel de BSO.


Wanneer gedrag van een kind opvalt in de groep, kan dit verschillende oorzaken hebben. Een kind zit niet lekker in zijn vel, er speelt iets thuis of een kind is zeer gevoelig voor prikkels bijvoorbeeld. De oorzaken kunnen in de omstandigheden zitten of in het kind zelf. De pedagogisch medewerker signaleert opvallend gedrag, meldt dit bij ouders en de locatiemanager start wanneer nodig het protocol opvallend gedrag op. Ouders worden in alle stappen van dit protocol betrokken en om toestemming gevraagd wanneer nodig. Het gedrag van het kind en de omstandigheden worden zo goed mogelijk in kaart gebracht, waarbij ook oog is voor signalen van kindermishandeling. Wanneer nodig wordt de meldcode kindermishandeling in werking gezet. Er wordt een handelingsplan opgesteld met acties om het kind te ondersteunen. Dit kan variëren van afspraken maken over het handelen op de groep tot het inzetten van externe instanties. Het doel is altijd om te zorgen dat het kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.

drie-uurs regeling

De drie-uurregeling binnen Picobello, wat houdt dit in?
De wet IKK stelt vanaf 1 januari 2018 een nieuwe wet aan, namelijk: de drie-uurregeling. Dit houdt in dat de tijdsvakken waarbinnen afgeweken mag worden, vanaf 1 januari 2018 niet meer dan 3 uren per dag bevatten. Picobello is geopend van 7.30 tot 18.30 uur. De medewerkers werken 8,5 uur met een halfuur pauze.

Picobello voldoet aan de gestelde eis van de Wet Kinderopvang waarin gesteld wordt dat er op vaste tijden 3 uur van de kindleidster-ratio mag worden afgeweken. Met dien verstande dat er tijdens de pauze tussen 13.00 en 14.00 wel ruimte zit als de groepsdrukte hierom vraagt. Stel dat de medewerker om 13.30 met pauze wilt gaan en er drie huilende baby’s zijn, vraagt dat de pedagogisch medewerker blijft om haar collega te ondersteunen, met als gevolg dat de pauzes gaan uitlopen.
In de onderstaande tabel worden de tijden waarin wordt afgeweken van de kindleidster-ratio per groep omschreven:

Vastgelegde criteria voor formatieve inzet

Een stagiaire wordt binnen Kinderdagverblijf Picobello gezien als een pedagogisch medewerker in opleiding en ontvangt daarbij dezelfde informatie als een gediplomeerde pedagogisch medewerker. Als stagiaire houdt je je bezig met de begeleiding, verzorging en ontwikkeling van kinderen. Hiernaast hanteert Picobello de volgende taken:


Een juiste bejegening naar kinderen en ouders.

De stagiaire dient de afspraken en regels binnen Picobello te respecteren en in acht te nemen. Dit betekent dat er van de stagiaire verwacht wordt dat zij handelt volgens de door Picobello gestelde visie.

Het vormen van de gewenste beroepshouding door eigenschappen te bezitten zoals betrokkenheid, inzet, enthousiasme, behulpzaamheid, loyaliteit, collegialiteit, eerlijkheid, doorzettingsvermogen, initiatief, overleggen en een positief kritische instelling.



De stagiaire heeft verantwoordelijkheidsgevoel en is bereid dit in de praktijk verder te ontwikkelen.

Tijdens de stage verricht de stagiaire activiteiten die functioneel zijn om de opleidingsdoelen te behalen.

Er wordt verwacht van de stagiaire dat zij haar eigen leerproces bewaakt en dat ze bij problemen tijdig haar werkbegeleider inschakelt.

De stagiaire doet mee aan alle taken binnen het dagverblijf, zowel verzorgende als huishoudelijke taken.


Op de werkplek wordt de stagiaire begeleidt door een vaste medewerker die minimaal 3 dagen op de groep staat. Deze stagebegeleider heeft bij voorkeur meerdere jaren werkervaring, is voldoende kundig in het begeleiden van stagiaires. De begeleiding richt zich op directe aanwijzingen en evaluatie van de beroepshouding en uitvoerende werkzaamheden van de stagiaire. De stagebegeleider dient zoveel mogelijk met de stagiaire samen te werken. De stagebegeleider is verantwoordelijk voor de begeleiding op de werkvloer als medewerker/collega. De stagebegeleider wordt begeleid door de stagecoördinator.