how to develop own website

wel of niet vaccineren

Een vraag die steeds vaker lijkt op te duiken. Net als alle kinderdagverblijven is ook Picobello verplicht om kinderen aan te nemen, ongeacht of ze zijn gevaccineerd. Het percentage kinderen op Picobello dat niet is gevaccineerd, bedraagt al enige jaren omstreeks 2%.
Deze kinderen zijn bekend en worden extra gemonitord op symptomen van besmettelijke ziektes waarvoor niet is geënt. Er is tevens een meldingsplicht. Voorts verwijzen wij naar het standpunt van onze branchevereniging en onderstaande tekst van de Rijksoverheid

vaccinaties

tekst: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wijzigingsdatum 20-03-2018 | 10:58

Op het internet is veel informatie over vaccineren te vinden. Hoe weet je of deze informatie betrouwbaar is? Op deze pagina geven we je hiervoor enkele aanwijzingen. 

Bij twijfel over vaccinatie

Voor de meeste ouders is het vaccineren van hun kinderen vanzelfsprekend. Er zijn ook ouders die vragen of twijfels hebben. Wat zijn de risico’s van vaccineren? Hoe zit het met bijwerkingen van vaccins? Zijn vaccinaties nog wel nodig? Over vaccineren is veel informatie op binnen- en buitenlandse websites te vinden. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ontvangt regelmatig vragen en reacties van ouders naar aanleiding van hun informatiezoektocht op het internet. Wat of wie moet ik geloven? Is dan vaak de vraag. Op deze pagina geven we aanwijzingen waaraan je betrouwbare informatie kunt herkennen.


Wat is waar?

Een zoektocht op het internet naar informatie over vaccineren leidt tot ontelbaar veel websites uit het binnen- en buitenland. In alle landen, ook Nederland, wordt vanuit de overheid informatie aangeboden over het nationale vaccinatieprogramma. Ook zijn er websites met wetenschappelijk onderzoek over vaccinaties. Daarnaast zijn er veel websites waarop personen en groeperingen oordelen over de voor- en nadelen van vaccineren. Vooral websites van mensen die sceptisch zijn over vaccineren zijn talrijk. Veel van de informatie is gebaseerd op meningen en overtuigingen en vaak ontbreekt een wetenschappelijke basis. Voor ouders is het vaak lastig om te beoordelen wat van deze informatie klopt. De stelligheid waarmee sommige beweringen worden gedaan maakt ouders bovendien onzeker. Als verkeerde informatie eenmaal op het internet is verspreid, dan blijft het eindeloos beschikbaar en wordt het regelmatig opnieuw onder de aandacht gebracht.


Herkennen van betrouwbare informatie

Hoe weet je of informatie of onderzoeksresultaten over vaccineren die op internet aangeboden worden, betrouwbaar en juist zijn? Als bronnen ontbreken, moet je je afvragen of je de aangeboden informatie of onderzoeksresultaten kunt vertrouwen. Ook als wordt gesteld dat ‘uit onderzoek blijkt…’ zonder een bron te noemen, is argwaan op zijn plaats. Onderzoeken moeten altijd beoordeeld kunnen worden op de kwaliteit van het onderzoek, maar ook in relatie tot andere onderzoeken en kennis.


Het Vaccine Safety Net (VSN) is een internationaal netwerk van informatieve websites over vaccinaties. Dit keurmerk helpt om te kunnen beoordelen of de aangeboden informatie betrouwbaar is. De aangesloten websites hebben allemaal de goedkeuring van de Wereld Gezondheidsorganisatie.


We geven je enkele aanwijzingen hoe je informatie over vaccinaties kunt beoordelen.


Kritiek zonder wetenschappelijke basis

Vanuit groepen als Vaccinvrij, de Vaccinatieraad en de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken is veel twijfel of verzet tegen het gebruik van vaccins. Zij wantrouwen vaccinaties en zijn van mening dat veel van de ziekten waartegen het Rijksvaccinatieprogramma vaccinaties aanbiedt, onschuldige kinderziekten zijn die gezonde kinderen goed kunnen doorstaan. Zij wijzen ouders op de vele bijwerkingen van de vaccins en de hulpstoffen die in vaccins zitten. Ze onderbouwen dit met voorbeelden van kinderen die ernstige aandoeningen hebben gekregen nadat ze gevaccineerd waren, terwijl niet is aangetoond dat deze aandoeningen door de vaccinatie werden veroorzaakt.

Voorbeeld 1: autisme en vaccineren

Een voorbeeld hiervan zijn autistische kinderen. Autisme is een aangeboren afwijking die meestal wordt vastgesteld op de leeftijd van 1 tot 2 jaar. Dat is net in de periode dat de eerste BMRBof, mazelen, rodehond-vaccinatie wordt gegeven. Je zou dan gemakkelijk kunnen concluderen dat autisme wordt veroorzaakt door die vaccinatie. Uit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, onder andere beoordeeld door de Gezondheidsraad, blijkt echter dat kinderen die geen BMR-vaccinatie hebben gehad net zo vaak autistisch zijn en het dus niet door de vaccinatie kan komen. De Nederlandse Vereniging voor Autisme neemt afstand van een zogenaamde relatie tussen autisme en vaccinaties. Organisaties die negatief zijn over vaccineren blijven desondanks beweren dat vaccineren kan leiden tot autisme en brengen met regelmaat verhalen van ouders in de media.

Voorbeeld 2: wiegendood en vaccineren

Een ander voorbeeld is wiegendood. Per jaar overlijden ongeveer 10 kinderen onder de leeftijd van 1 jaar in Nederland zonder dat er een oorzaak aan te wijzen is. We noemen dit ook wel wiegendood. Het onverwacht overlijden van een kind is een drama en afwezigheid van een duidelijke oorzaak is moeilijk te accepteren. Gezonde baby’s krijgen in het eerste jaar vier keer vaccinaties. Het is dus mogelijk dat gevallen van wiegendood door toeval na vaccinatie optreden. Het is nog nooit aangetoond dat vaccinatie de oorzaak was van het plotselinge overlijden. Vaccinatie lijkt zelfs de kans op wiegendood te verkleinen.


Onvolledige of onjuiste berichtgeving door media

Informatie en nieuws over vaccinaties komen vanuit verschillende bronnen. Veel organisaties en onderzoeksinstituten publiceren regelmatig nieuwe wetenschappelijke onderzoeksresultaten over vaccinaties. In wetenschappelijke vakbladen worden onderzoeken en onderzoeksresultaten pas gepresenteerd nadat ze ook door collega’s zijn beoordeeld, de zogenaamde peer-review. Dit is een eis om te voorkomen dat de onderzoeker bevooroordeeld conclusies trekt en dat slecht uitgevoerd onderzoek wordt gepubliceerd. Lezers van deze onderzoeksresultaten hebben hiermee een (extra) garantie dat niet is geknoeid met de onderzoeksresultaten. Onderzoeken die niet aan de kwaliteitseisen van vakbladen kunnen voldoen, worden nog weleens in meer populaire bladen of websites geplaatst. Er heeft dan vaak geen professionele evaluatie plaats gevonden.


De nieuwsmedia schrijven alleen over onderzoeken als deze nieuwswaarde hebben. Wetenschapsjournalisten onderzoeken of het wetenschappelijk ook klopt, maar regelmatig worden onderzoeksresultaten klakkeloos overgenomen van de persberichten van de onderzoekers of van publicaties in bladen van minder wetenschappelijke kwaliteit. Afwijkende, schokkende of actuele onderzoeksresultaten vinden zo hun weg naar het nieuws, terwijl onderzoeksresultaten die minder in het oog springen minder aandacht krijgen. Zo kan in de media een vertekend beeld van de werkelijkheid ontstaan.


Organisaties die negatief zijn over vaccineren selecteren uit alle nieuwsberichten en publicaties juist die berichten die de negatieve kanten laten zien van vaccineren en laten vaak een gewogen evaluatie achterwege. Er zijn ook organisaties die juist positief tegenover vaccineren staan. Zij zullen ook selecteren, maar hun berichtgeving springt minder in het oog. Ze bevestigen meestal de standpunten van de medische wetenschap en zijn daardoor minder nieuwswaardig en spraakmakend.


Frauduleus onderzoek

Soms worden onderzoeksresultaten gemanipuleerd om de uitkomst te krijgen die je wilt laten geloven. Een bekend voorbeeld hiervan is de bewering dat het vaccin tegen mazelen tot autisme zou kunnen leiden. Dit bericht dateert al uit 1998 toen de Engelse arts Andrew Wakefield een rapport presenteerde waarin hij een verband tussen de vaccinatie tegen mazelen en autisme wilde aantonen. De studie werd korte tijd later teruggeroepen wegens fraude en de arts werd zijn artsentitel ontnomen. Verschillende studies, samengevat door de Wereldgezondheidsorganisatie, toonden aan dat er geen verband bestaat tussen vaccinatie en autisme. Desondanks duikt dit verhaal sindsdien met regelmaat op en maakt ouders met vragen over vaccinaties onzeker.


Informatieluchtbel zorgt voor eenzijdig beeld

Als je via zoekmachines op het internet naar informatie over vaccinaties zoekt, vind je eerst de berichten die het meest in de media worden aangehaald en het meeste aandacht krijgen op allerlei websites. Zoekmachines selecteren niet op wetenschappelijke gronden. Als je gaat zoeken op de negatieve kanten van vaccineren, bijvoorbeeld op ‘gevaren van vaccineren’ of ‘bijwerkingen’, dan vind je vooral veel negatieve verhalen en websites van organisaties die die kant van vaccineren belichten. Als je verder gaat zoeken vanuit deze bronnen dan word je steeds meer gestuurd naar de negatieve berichten, websites van organisaties die de negatieve kanten van vaccinaties het meest belichten en internetplatforms met verhalen van mensen met negatieve ervaringen.

Bij het gebruik van sociale media zoals Facebook als informatiebron wordt het aanbod bepaald door jouw kliks en ‘likes’ en mogelijk ook door de kliks en likes van je vrienden. Hoe meer je klikt en likes geeft, hoe meer je naar dezelfde soort informatie wordt gestuurd. Je krijgt zo bijna automatisch een heel eenzijdig en ongenuanceerd beeld, waarin je steeds meer bevestigd wordt. We noemen dit de internet informatieluchtbel, of filterbubble.


Zorgen over economische belangen

Organisaties die negatief zijn over vaccineren, veroordelen ook het economische belang van de vaccinindustrie. Zij beschouwen vaccineren vooral als een geldkwestie waaraan verdiend wordt. Het klopt dat farmaceuten geld verdienen aan vaccins. Dat geldt eveneens voor de productie van medicijnen en de zorgsector in zijn geheel. Dat is geen reden om vaccinaties te veroordelen als een verwerpelijk product. De producent heeft er baat bij om effectieve en veilige vaccins te maken. Overigens heeft de farmaceutische industrie geen invloed op het Rijksvaccinatieprogramma. Ook het RIVM bepaalt niet of er tegen een bepaalde infectieziekte wordt gevaccineerd. De minister van Volksgezondheid bepaalt tegen welke infectieziekten vaccinaties vanuit het Rijksvaccinatieprogramma aangeboden worden. Dit doet de minister op basis van een advies van de Gezondheidsraad, een Nederlands onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan met als opdracht regering en parlement te adviseren over vraagstukken op het gebied van volksgezondheid en gezondheidsonderzoek.


Rapportage door het RIVM

Het RIVM wil dat ouders die vragen of twijfels hebben een goede, afgewogen keuze kunnen maken over vaccineren. Dat kan alleen op basis van juiste, objectieve informatie. Daarom publiceert het RIVM jaarlijks een rapport Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland waarin te lezen is hoe vaak de infectieziekten waartegen je gevaccineerd kan worden nog voorkomen. Hierin zijn ook de resultaten te lezen van onderzoeken naar de effectiviteit van de verschillende vaccinaties en zijn de belangrijkste conclusies te vinden van onderzoeken op het gebied van vaccineren. Ook de Gezondheidsraad biedt verschillende rapporten aan over vaccinaties. Het landelijke bijwerkingencentrum Lareb publiceert jaarlijks een overzicht van meldingen die zijn gedaan over bijwerkingen.


Twijfels? Bezoek het vaccinatieconsult

Ook na het lezen van informatie over vaccineren op het internet heb je misschien als ouder nog vragen of twijfels. Om een goede afweging te maken, kan een extra gesprek op het consultatiebureau helpen. Het is mogelijk om een vaccinatieconsult aan te vragen. In dit gesprek kun je je vragen of twijfels voorleggen aan een arts of een verpleegkundige. Voor het maken van een afspraak kun je zelf contact opnemen met het consultatiebureau, de GGD of een Centrum voor Jeugd en Gezin bij je in de buurt..

meer

Reactie op zorgen rond teruglopende vaccinatiegraad in Nederland


12 september 2018

Reactie op zorgen rond teruglopende vaccinatiegraad in Nederland

Als Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) onderschrijven we de zorgen rond de vaccinatiegraad en hebben we begrip voor recente oproepen tot een stringenter vaccinatiebeleid in Nederland. Want – ook in de kinderopvang – hebben we te maken met de gevolgen van een zorgelijk teruglopende vaccinatiegraad met grote regionale verschillen, bijbehorende informatie-problematiek rond inentingen en onrust bij ouders.


Deze problematiek speelt niet specifiek bij kinderopvang, doch ook op scholen, sportverenigingen, speeltuinen en op andere plekken waar kinderen bij elkaar komen. Dit heeft dus impact op de volksgezondheid van ons allemaal.


De volksgezondheid is dan ook een overheidsaangelegenheid en als brancheorganisatie scharen wij ons achter het overheidsbeleid dat is gebaseerd op langjarige wetenschappelijke bevindingen. Gevalideerde uitkomsten tonen aan dat inenten – vanuit het perspectief van volksgezondheid, alsmede vanuit gemeenschappelijk belang – is te prevaleren boven erkende, doch minimale risico’s die samengaan met preventieve vaccinatie.


Hoewel wij als brancheorganisatie in principe staan voor keuzevrijheid, dienen ouders zich bewust te zijn van de sociaalmaatschappelijke gevolgen en de gezondheidsrisico’s van hun keuze, ook voor hun eigen kinderen. Inenten doe je namelijk niet alleen voor jezelf, maar ook ter bescherming van anderen. Verplichten is echter niet de route die we op willen; overtuigen wel.


Als Brancheorganisatie Kinderopvang adviseren we daarom dat de overheid vooraleerst duidelijker communiceert en beleidsmatig helderheid verschaft ter bescherming van de Nederlandse volksgezondheid. Bij dit overheidsbeleid zullen wij ons als organisatie volledig blijven aansluiten.